Consumenten kiezen steeds bewuster
voor voeding die zo min mogelijk is bewerkt. Onderzoekers van Hogeschool
Van Hall Larenstein in Leeuwarden hebben nu een nieuwe technologie
ontwikkeld die daarop inspeelt.
Met een slimme manier van verhitten van
zuivel blijven belangrijke eiwitten veel beter behouden, terwijl
producten nog steeds veilig en langer houdbaar zijn. De nieuwe methode,
Ultra Mild Preservation (UMP), is toepasbaar op zuivel, babyvoeding,
plantaardige zuivelalternatieven en hybride producten waarin dierlijke
en plantaardige eiwitten worden gecombineerd.
Minder intensief verwerken, zonder concessies aan veiligheid
Om
melk en andere vloeibare voedingsmiddelen veilig en houdbaar te maken,
worden ze verhit. Dat is essentieel om schadelijke bacteriën uit te
schakelen. Tegelijk heeft die verhitting invloed op de eigenschappen van
eiwitten, die belangrijk zijn voor voedingswaarde, smaak en
productkwaliteit.
Onderzoekers in Leeuwarden hebben daarom gekeken hoe dat proces slimmer kan. Bij de nieuwe UMP-technologie wordt een product nog steeds tot hoge temperaturen verhit, maar slechts gedurende fracties van seconden. Daarna koelt het direct weer af. Juist die ultrakorte behandeling zorgt ervoor dat gevoelige eiwitten veel beter behouden blijven.
Dicht bij de oorspronkelijke kwaliteit
Uit
onderzoek blijkt dat met de nieuwe technologie een groot deel van de
gevoelige eiwitten behouden blijft. Ook ontstaan minder
smaakveranderingen die gepaard kunnen gaan met intensievere verhitting.
Dat biedt kansen voor uiteenlopende producten. Zo kan melk langer
houdbaar worden gemaakt zonder dat de karakteristieke smaak onnodig
verandert. In babyvoeding kunnen hoge eisen aan voedselveiligheid worden
gecombineerd met een beter behoud van eiwitkwaliteit. Ook in biest*, dat
rijk is aan waardevolle bioactieve stoffen, blijven meer natuurlijke
eigenschappen behouden.
*
Biestmelk, ook wel colostrum genoemd, is de eerste melk die een koe geeft direct na het kalven.
Deze dikke, gelige melk zit boordevol afweerstoffen (immunoglobulinen),
energie en voedingsstoffen. Een pasgeboren kalf wordt zonder afweer
geboren.
Daarnaast is de technologie geschikt voor plantaardige zuivelalternatieven en hybride producten. Daarmee sluit de innovatie aan bij de groeiende vraag naar nieuwe eiwitbronnen en producten waarin dierlijke en plantaardige ingrediënten worden gecombineerd.
Inspelen op een groeiende behoefte
De
vraag naar voeding die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke
kwaliteit blijft, neemt toe. Consumenten kijken kritischer naar
ingrediënten en verwerking en zoeken naar producten die veiligheid,
voedingswaarde en smaak combineren. “Voedselveiligheid staat altijd
voorop,” zegt lector en projectleider Peter de Jong van Hogeschool Van
Hall Larenstein. “Met deze technologie laten we zien dat je producten
veilig en houdbaar kunt maken en tegelijkertijd belangrijke
eigenschappen van eiwitten beter kunt behouden.”
Van Leeuwarden naar de voedingsindustrie
De
technologie is inmiddels succesvol getest op pilotschaal, samen met
partijen uit de voedingsindustrie. De komende jaren wil Hogeschool Van
Hall Larenstein de methode verder ontwikkelen en opschalen richting
toepassingen in de praktijk.
Daarvoor zoekt het lectoraat nieuwe partners uit de zuivel- en voedingsmiddelenindustrie. De verwachting is dat de technologie in de toekomst kan bijdragen aan een nieuwe generatie zuivelproducten, plantaardige alternatieven en hybride voedingsmiddelen, waarbij veiligheid, kwaliteit en een minder intensieve verwerking hand in hand gaan.
Bekijk ook de video waarin lector Peter de Jong en onderzoeker Dennis ter Denge het project toelichten:
https://youtu.be/AAT4HoKL1SQ.