Op 3 april opende de tijdelijke tentoonstelling Hellships, gevangen op zee, in Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek.
De tentoonstelling werd geopend door mevrouw Gerdi Verbeet. Zij opent de tentoonstelling door slaan van de glazen, een typisch gebruik binnen de Koninklijke Marine, voor de tijdsaanduiding.
De tentoonstelling
De Birma-Siamspoorweg, de Pakan Baroespoorweg, het vliegveld Changi in Singapore, de Japanse kolenmijnen. Dit zijn slechts een paar bekende én beruchte locaties van dwangarbeid tijdens de Japanse bezetting (1942-1945). Uit Nederlands-Indië worden hier zo’n 120 duizend krijgsgevangenen en burgergeïnterneerden en meer dan 300 duizend romusha’s – Indonesische dwangarbeiders – naar toe getransporteerd op zogeheten hellships.
Gevangenen op deze hellships worden aan hun lot overgelaten. Met gebrek aan voedsel, water en medische zorg, onder slechte hygiënische omstandigheden én onder constante dreiging van geallieerde aanvallen kunnen zij geen kant op, zijn gevangen op zee. Meer dan 223 hellships maakten 276 vaarten in Zuidoost-Azië, China en Japan. Hierbij vielen 22 tot 27 duizend dodelijke slachtoffers.
Doelstelling tentoonstelling
De geschiedenis van de hellships is bij het grote publiek nauwelijks bekend. Deze tentoonstelling stelt het persoonlijke verhaal centraal, van hen die stierven en zij die overleefden. En van de generaties die de oorlog niet meemaakten, maar er wel door getekend zijn.
Totstandkoming
De tijdelijke tentoonstelling Hellships is ontwikkeld door Stichting Herdenking Slachtoffers Japanse Zeetransporten in samenwerking met het Indisch Herinneringscentrum en is van vrijdag 4 april tot en met vrijdag 21 november 2025 te zien in Museum Bronbeek in Arnhem.
Meer informatie en openingstijden: zie museum Bronbeek