Twee huurders die het huurprijswijzigingsbeding van hun
verhuurder oneerlijk vonden en daarom buitengerechtelijk hebben vernietigd,
zijn door de Hoge Raad in het gelijkgesteld.
Partnercontent
Wat speelde er in deze zaak? In de huurovereenkomst had de
verhuurder een beding opgenomen waarmee hij de huurprijs jaarlijks kon verhogen
met de consumentenprijsindex. Daarnaast was in het beding ook opgenomen dat de
verhuurder de huurprijs op elk moment kon verhogen met tenminste vijf procent,
zonder de huurders daarover vooraf te hoeven informeren.
Extra huurverhoging niet toegestaan
De huurders vonden dit tweede beding oneerlijk en
vernietigden dit daarom buitengerechtelijk. De verhuurder betwistte deze gang
van zaken en stapte naar de rechter. De rechter stelde dat een
inflatieverhoging (consumentenprijsindex) redelijk is, maar dat een extra
huurverhoging zonder uitleg niet zomaar is toegestaan. Indien zo’n
prijsverhoging als oneerlijk wordt beschouwd, kan dit door de huurders zonder
tussenkomst van de rechter worden vernietigd.
Opslagbeding
Het eerste deel van het huurprijswijzigingsbeding houdt in
dat de huurprijs jaarlijks verhoogd mag worden met een percentage uit de
consumentenprijsindex. Dit heeft tot doel om inflatie te compenseren. Dat is
volgens de Hoge Raad geen probleem. Dat geldt echter niet voor het tweede deel
van het beding. Dit kan worden gezien als een opslagbeding en is opgenomen in
de overeenkomst om eventuele bijkomende kosten die de inflatie overstijgen, te
compenseren. Het feit dat de verhuurder de huurprijs op elk moment zonder
overleg met vijf procent kan verhogen, zorgt er volgens de rechter voor dat de
financiële
gevolgen voor de huurders onvoorzienbaar worden. Het is immers ook niet
duidelijk wanneer en hoe vaak de verhuurder gebruik gaat maken van dit beding.
Nalopen
De rechter oordeelt dan ook dat het opslagbeding oneerlijk
is. Dat de verhuurder de huurprijs in werkelijkheid slechts beperkt heeft
verhoogd, doet volgens de rechter niet ter zake. Zwaarder telt voor de
rechtbank dat de verhuurder wél de mogelijkheid had om de huurprijs met vijf
procent te verhogen. Ter verdediging stelt de verhuurder tegenover de rechter
nog dat de huurder de overeenkomst ook had kunnen opzeggen. De rechter vindt
echter dat deze redenering niets afdoet aan het oneerlijke karakter van het beding.
Zowel voor verhuurders als huurders is het dus aan te raden om hun
huurovereenkomsten nog een keertje na te lopen. Heb je als verhuurder een
opslagbeding opgenomen in je overeenkomst van drie procent
of meer? Dan kan de huurovereenkomst zomaar ongeldig worden verklaard door je
huurder, zonder dat de rechter eraan te pas hoeft te komen. Ben je huurder en
heb je twijfels bij de afspraken zoals die in de huurovereenkomst zijn
opgenomen? Vraag ons dan om juridisch advies, want dat kan je zomaar geld
terugkrijgen.
Meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met
RechtNet Advocaten via
[email protected]
of bel naar 073-6154311.