Arnhem - Steeds meer Arnhemmers vinden dat hun wijk erop vooruit gaat. Zij verwachten ook dat het nog beter zal gaan. Dit staat in de ‘Staat van Arnhem 2012', het jaarlijkse overzicht van de ontwikkeling van de stad en de wijken. Sinds 2005 is de trend positief. Na eerdere jaren van grote problemen rond de leefbaarheid en veiligheid is de situatie verbeterd. De grootste vooruitgang doet zich voor in de krachtwijken het Arnhemse Broek, Klarendal, Malburgen en Presikhaaf. In andere wijken waarop de gemeente met steun van de provincie Gelderland bijzondere aandacht richt, wisselt het beeld: zo zien en verwachten meer bewoners in Vredenburg / Kronenburg achteruitgang, maar in Sint Marten / Sonsbeek-Zuid vooruitgang.Samen met Elderveld, de Geitenkamp en De Laar vielen deze wijken in de afgelopen jaren onder het Gelderse stedelijke ontwikkelingsbeleid. De ‘Staat van Arnhem' laat zien dat de investeringen van provincie, gemeente en corporaties lonen maar ook nodig blijven. De meeste bewoners van deze wijken zijn positief over de verbeterde leefbaarheid en veiligheid, de woonomgeving en wijkvoorzieningen, maar minder optimistisch voor de toekomst. In deze wijken groeit het aantal bewoners in de bijstand, neemt de vergrijzing toe en neemt de bevolking af. In de krachtwijken heeft de extra aanpak het meeste succes. De woon- en leefomgeving, leefbaarheid en veiligheid, het woningaanbod en de werkgelegenheid zijn er sterk verbeterd. Klarendal en Malburgen zijn zelfs de landelijke koplopers onder de 40 Nederlandse krachtwijken. De bewoners van het Arnhemse Broek, Klarendal, Malburgen en Presikhaaf zijn tevreden over de bereikte resultaten en hoopvol voor de toekomst. De vooruitgang in de jaren tussen 2005 en 2011 hangt ook samen met een groei van het aantal banen en bedrijven. Tot 2009 daalde ook het aantal Arnhemmers zonder baan en in de bijstand. Na die tijd zijn de cijfers licht omhoog gegaan.
Arnhem - Steeds meer Arnhemmers vinden dat hun wijk erop vooruit gaat. Zij verwachten ook dat het nog beter zal gaan. Dit staat in de ‘Staat van Arnhem 2012', het jaarlijkse overzicht van de ontwikkeling van de stad en de wijken. Sinds 2005 is de trend positief. Na eerdere jaren van grote problemen rond de leefbaarheid en veiligheid is de situatie verbeterd. De grootste vooruitgang doet zich voor in de krachtwijken het Arnhemse Broek, Klarendal, Malburgen en Presikhaaf. In andere wijken waarop de gemeente met steun van de provincie Gelderland bijzondere aandacht richt, wisselt het beeld: zo zien en verwachten meer bewoners in Vredenburg / Kronenburg achteruitgang, maar in Sint Marten / Sonsbeek-Zuid vooruitgang.
Samen met Elderveld, de Geitenkamp en De Laar vielen deze wijken in de afgelopen jaren onder het Gelderse stedelijke ontwikkelingsbeleid. De ‘Staat van Arnhem' laat zien dat de investeringen van provincie, gemeente en corporaties lonen maar ook nodig blijven. De meeste bewoners van deze wijken zijn positief over de verbeterde leefbaarheid en veiligheid, de woonomgeving en wijkvoorzieningen, maar minder optimistisch voor de toekomst. In deze wijken groeit het aantal bewoners in de bijstand, neemt de vergrijzing toe en neemt de bevolking af.
In de krachtwijken heeft de extra aanpak het meeste succes. De woon- en leefomgeving, leefbaarheid en veiligheid, het woningaanbod en de werkgelegenheid zijn er sterk verbeterd. Klarendal en Malburgen zijn zelfs de landelijke koplopers onder de 40 Nederlandse krachtwijken. De bewoners van het Arnhemse Broek, Klarendal, Malburgen en Presikhaaf zijn tevreden over de bereikte resultaten en hoopvol voor de toekomst.
De vooruitgang in de jaren tussen 2005 en 2011 hangt ook samen met een groei van het aantal banen en bedrijven. Tot 2009 daalde ook het aantal Arnhemmers zonder baan en in de bijstand. Na die tijd zijn de cijfers licht omhoog gegaan.
Hoge aantallen
De krachtwijken hebben de grootste inhaalslag gemaakt, maar het werkloosheidscijfer en het getal van bijstandsontvangers zijn in deze wijken en de Geitenkamp nog steeds de hoogste van Arnhem. Deze wijken staan ook bovenaan de lijst van huishoudens met een laag inkomen (tot 20% boven de bijstand). Van dit lage inkomen moet één op de zes Arnhemse huishoudens rondkomen, één op de vijf kinderen groeit op in een gezin met een laag inkomen. Voor veel Arnhemmers verbetert de situatie in hun wijk wel, maar hun persoonlijke situatie nog onvoldoende.
In de landelijke vergelijking van grote steden stond Arnhem vorig jaar sociaal-economisch op de 29e plaats. Het verkleinen van de tweedeling tussen arm en rijk is één van de prioriteiten in het bestuursprogramma, het Arnhems Lenteakkoord. Een andere prioriteit is het aantrekkelijk houden van de stad. Op de landelijke lijst van aantrekkelijke woonsteden is Arnhem in 2011 geklommen naar de 8e plaats. Binnenkort verschijnen nieuwe cijfers over de sociaal-economische ontwikkeling en de aantrekkelijkheid van de steden als woonplaats.