Vakantiedagen tijdens de coronacrisis

Foto: Pixabay

Mag een werknemer verzoeken de vastgestelde vakantiedagen op te schuiven, omdat de geplande vakantie geannuleerd is? Hoe zit het met vakantiedagen en je werkgever/-nemer?

Een arbeidsrechtspecialist uit Limburg geeft antwoord op de vragen wat wel en niet mag.

Werknemer wil vakantiedagen intrekken

De wet bepaalt dat de werkgever de tijdstippen voor verlof vaststelt overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij gewichtige redenen aan de zijde van de werkgever zich daar tegen verzetten. Als de werkgever niet binnen twee weken na aanvraag van het verlof schriftelijk die gewichtige redenen heeft kenbaar gemaakt aan de werknemer, wordt de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.

Omdat op vakantie gaan momenteel veel moeilijker is geworden, is het goed voorstelbaar dat een werknemer zijn vakantiedagen wil intrekken of verschuiven naar een later tijdstip. Het antwoord op de vraag of de werkgever daarmee moet instemmen is afhankelijk van de redelijkheid. Ontstaan bijvoorbeeld door het intrekken of verschuiven van verlof later in het jaar rooster-technische problemen of is er al vervanging geregeld, dan hoeft de werkgever geen toestemming te verlenen.

Werkgever en werknemer in overleg treden

Mocht de werkgever werkzaamheden hebben voor de werknemer of heeft de werknemer door opname van het geplande verlof geen verlof meer over om echt op vakantie te gaan en zodoende geen mogelijkheid om gebruik te maken van de recuperatiefunctie van vakantiedagen, dan is het de vraag in hoeverre het redelijk is om niet in te gaan op het verzoek.
Het is dus van belang dat werkgever en werknemer in overleg treden en, rekening houdend met beider perspectieven, gezamenlijk tot een oplossing komen.

Werkgever wil vakantiedagen intrekken

De wet geeft de werkgever, als er sprake is van gewichtige redenen, de mogelijkheid om na overleg met de werknemer een reeds vastgestelde vakantie te verplaatsen naar een ander moment. De coronacrisis en de effecten daarvan kunnen een gewichtige reden opleveren. Bijvoorbeeld als de plaatsvervanger van de werknemer die op vakantie gaat plotseling ziek wordt en er geen andere vervanging mogelijk is. Of wanneer de werkdruk dermate hoog is dat er geen werknemers gemist kunnen worden, zoals nu bijvoorbeeld in de zorg of in supermarkten. De werkgever moet de schade die de werknemer lijdt ten gevolge van het wijzigen van een reeds vastgestelde vakantie (denk aan annuleringskosten) vergoeden, ook als de werknemer akkoord gaat met de voorgestelde wijziging.

Werkgever wil werknemer verplichten vakantiedagen op te nemen

Een werkgever kan verplichte collectieve vakantiedagen aanwijzen als dat is geregeld bij cao, personeelsreglement of in de arbeidsovereenkomst. Als er geen afspraken gemaakt zijn dan kan de werkgever deze alleen met instemming van de ondernemingsraad aanwijzen. Als er geen ondernemingsraad is, dan moet de werkgever aan elke individuele werknemer toestemming vragen voor het verplicht opnemen van vakantiedagen tijdens de coronacrisis.

Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen

Naast wettelijke vakantiedagen (viermaal de afgesproken arbeidsduur per week) zijn er ook bovenwettelijke vakantiedagen. Deze bovenwettelijke vakantiedagen mag de werkgever afkopen als dat is geregeld in de cao, bedrijfsreglement of arbeidsovereenkomst. De vakantiedagen kunnen dan ingeruild worden voor salaris. Wettelijke vakantiedagen mogen niet worden afgekocht, ook niet met instemming of op verzoek van de werknemer.

Verval vakantiedagen

Wettelijke vakantiedagen vervallen in principe zes maanden na afloop van het jaar waarin de vakantiedagen zijn ontstaan. Dat betekent dat in 2019 opgebouwde wettelijke vakantiedagen vóór 1 juli 2020 moeten worden opgenomen. Schriftelijk kan een langere termijn worden afgesproken, korter is niet mogelijk. Neemt de werknemer zijn vakantiedagen niet binnen de termijn op dan verliest de werknemer zijn recht om deze vakantiedagen op te nemen. De vakantiedagen vervallen echter alleen als de werkgever de werknemer tijdig op de vervaldatum heeft gewezen, hem heeft aangespoord en in de gelegenheid heeft gesteld om vóór de vervaldatum zijn wettelijke vakantiedagen op te nemen. Als een werknemer geen vakantiedagen wil opnemen tijdens de coronacrisis dient de werkgever hem dus te wijzen op deze vervaltermijn.
Bovenwettelijke vakantiedagen vervallen pas vijf jaar na afloop van het jaar waarin ze zijn opgebouwd. De in 2019 opgebouwde vakantiedagen moeten dus voor in januari 2025 worden opgenomen. Ook hier geldt dat de termijn wel verlengd, maar niet verkort kan worden.

Advies

 Het is voor zowel de werkgever als de werknemer van belang om in overleg te treden over het al dan niet intrekken van verlofdagen. Wanneer een verzoek vanuit beider perspectief wordt bekeken, komt men samen tot een redelijke oplossing.

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden