
In de zomer van 2011 is een grote opgraving uitgevoerd op de plek waar nu Rozet zit. Waar nu de kelder met het Erfgoedcentrum is gevestigd, werden resten gevonden die terug gaan tot de late 12e of 13e eeuw.
Het gebied werd opgehoogd en bebouwd. Tijdens de opgraving werd in een kuil een bijna complete tapkraan gevonden.
Een deel van de stadsmuur en de gekanaliseerde Jansbeek kwamen aan het licht. Verder werden er huispercelen aangetroffen met de bijbehorende funderingen, kelders, beer- en waterputten. Er is zelfs een bakstenen oven gedocumenteerd. De oven was vermoedelijk van een bierbrouwer. De vestiging naast de beek was praktisch wegens de watervoorziening. In de Middeleeuwen was bier de gebruikelijke drank voor het gewone volk. De reden dat men veel bier dronk was dat het bij de bereiding werd gekookt en gefilterd. Hierdoor was het schoner dan water. Ook in de Jansbeek loosde men vuiligheid. Niet voor niets werd de beek wegens de stank in de 17e eeuw overdekt.
Tappen waren over het algemeen van brons en/of messing gemaakt en werden in de houten bier- en wijnvaten geslagen om deze gedoseerd te ledigen. De tap is een buis met een verticale opening halverwege waar de kraan in zat. De buis loopt taps toe, zodat deze in het vat klem komt te zitten. Het is een klein exemplaar. De kraan heeft een handvat in de vorm van haan. Doordat tappen in verschillende vormen en stijlen voorkomen die per periode wisselen zijn ze door specialisten goed te dateren.