
Arnhem - De gemeente Arnhem investeert de komende twee jaar een ton in taallessen voor mensen die niet goed Nederlands spreken. Het gaat om groepslessen die in de wijken gegeven worden door professionals. Vrijwilligers (taalmaatjes) gaan zorgen voor oefening, herhaling en praktijkvoorbeelden. Het college komt met het project tegemoet aan de wens van de gemeenteraad om in een tijd dat het Rijk inburgering afbouwt te blijven investeren in taalonderwijs.
“Met name in de krachtwijken beheersen nog te veel volwassenen de Nederlandse taal onvoldoende”, zegt wethouder Henk Kok. “W erkgevers, inburgeringconsulenten, participatiecoaches, maar ook huisartsen geven dit signaal regelmatig. En dat is een groot probleem. Want m eedoen begint met het spreken van de taal. Dan kun je je verstaanbaar maken, op school, op het werk, op straat of bij de dokter. Dan kun je meepraten over wat er in de stad gebeurt en stappen in de carrière zetten. Je doet jezelf en je kinderen tekort als je de taal niet spreekt. De Nederlandse taal verbindt ons.”
Het plan voorziet in een mix van professionals die Nederlandse les geven en vrijwilligers die helpen bij het oefenen. De vrijwilligers worden speciaal getraind en gecoacht. Concreet wordt met het budget 650 uren Nederlandse taal aangeboden per jaar . Deze uren zijn opgedeeld in 325 uur groepsles door bevoegde docenten en 325 uur door vrijwilligers. Omgerekend is dit ongeveer 16 uur per week.
De groepslessen worden gegeven aan groepen die zijn samengesteld op basis van de wensen (gezin/school/buurt en/of werk) en op taalniveau. Ze zullen onder meer op basisscholen gegeven worden. De coördinatie vindt plaats vanuit één taalhuis voor het stadsdeel Noord (in Presikhaaf) en één taalhuis voor Zuid (in Malburgen), maar de lessen zelf worden dicht in de buurt gegeven. Mensen kunnen zichzelf inschrijven. De taalles is vrijwillig. De cursisten zullen zelf een eigen bijdrage moeten leveren. Volgens Kok is de hoogte nog niet vastgesteld, maar gaat het om een bescheiden bedrag. “Zodat we zeker weten dat de mensen echt gemotiveerd zijn.”
Over twee jaar wordt het project geëvalueerd. “Als het een succes is gaan we ermee door”, aldus Kok.






