Geweld door de politie in Oost Nederland, meer dan cijfers alleen

Foto: Politie Arnhem

De politie heeft in 2019 tijdens 14.507 incidenten geweld gebruikt. Daarbij was sprake van 23.939 geweldsaanwendingen en zijn 27.574 geweldsmiddelen ingezet.

Het was het eerste jaar dat de politie in alle eenheden op dezelfde manier toegepast geweld registreert. Hierdoor ontstaat beter zicht op het geweld dat agenten tijdens het werk gebruiken en kan op een eenduidige en transparante wijze verantwoording worden afgelegd. Van alle geweldsincidenten vonden er 3121 plaats in Oost-Nederland.

De nieuwe wijze van registratie is in 2019 ingevoerd, vooruitlopend op de Ambtsinstructie eerste tranche die per 1 juli aanstaande in werking treedt. Een politieambtenaar meldt toegepast geweld schriftelijk en mondeling. De hulpofficier van justitie toetst of de geweldsmelding kan worden afgedaan met een geweldsmutatie of moet worden vastgelegd in een geweldsregistratie. Dat laatste is het geval als het vuurwapen is gebruikt (gericht of geschoten) als gevolg van het toegepaste geweld meer dan licht letsel is ontstaan, of als het opmaken van een geweldsregistratie naar het oordeel van de hulpofficier van justitie noodzakelijk is. In die gevallen wordt de geweldsaanwending beoordeeld door de politiechef.

Geweldsmiddelen

De geweldsmiddelen waarover de politie beschikt, omvatten een breed spectrum. Afgezet tegen het totaal van de in 2019 ingezette geweldsmiddelen ging het in verreweg de meeste gevallen (59%) om toepassing van fysiek geweld, in 8% van de gevallen om gebruik van het vuurwapen (dreigen, richten, gericht houden of schieten), in 6% om gebruik van de uitschuifbare wapenstok, in 5% om (dreigen met) pepperspray en in 11 % om toepassing van andere middelen.

Als er geen andere opties meer zijn

De inzet van geweld moet altijd in verhouding zijn met het beoogde doel. In de meeste gevallen is een overtuigend gesprek genoeg om een verdachte te bewegen plaats te nemen in het dienstvoertuig. In uitzonderlijke gevallen (0,5%) is er gebruik van dwang of een geweldsmiddel nodig om een niet meewerkende verdachte onder controle te krijgen of om de veiligheid voor de verdachte zelf of voor een ander te waarborgen. Zo is het logisch dat wanneer iemand voor een ernstig geweldincident wordt aangehouden met meer gerichte aandacht voor de veiligheid wordt benaderd dan voor de diefstal van een fiets.

Strikte regels en verantwoording

Geweldtoepassing is aan strikte regels en voorwaarden gebonden. Politieagenten worden daar uitvoerig op getraind. Het kan zijn dat het minst ingrijpende middel, fysiek geweld, niet het gewenste effect heeft en ook bijvoorbeeld pepperspray ingezet moet worden en uiteindelijk een verdachte met de wapenstok onder controle wordt gebracht. Wij hebben nu met de nieuwe eenvormige wijze van registratie zicht op al deze drie toegepaste geweldsmiddelen. Voorheen werd alleen het zwaarste geweldsmiddel geregistreerd. Met deze wijziging registreren we dus alle ingezette geweldsmiddelen afzonderlijk. Dit stelt ons in staat beter te beoordelen. Zo blijven wij leren van onze geweldsinzetten.

Schietincidenten

De zwaarste vorm van geweld is het gebruik van het vuurwapen door agenten. Het gebruik ervan gaat gepaard met een gedetailleerde verantwoording achteraf en veelal vergezeld door een onderzoek van de rijksrecherche.

Arnhem – Een verhaal achter de cijfers

Achter deze op het oog koude cijfers zitten indrukwekkende verhalen en belevenissen die agenten soms nooit meer zullen vergeten. Zo begonnen de agenten Erik en Alex op vrijdag 6 december 2019 halverwege de middag hun late dienst in Arnhem. Alex en Erik reden de dienst samen in een opvallende auto. Ze zijn beschikbaar voor meldingen van de meldkamer. Er rijden nog meer vergelijkbare eenheden in de stad. Rond 18.50 uur krijgt één van deze andere surveillance-eenheden een melding van vermoedelijk huiselijk geweld. Alex en Erik rijden op een paar minuten van het adres van de melding en rijden na overleg met de meldkamer mee met dezelfde melding. Dit is gebruikelijk bij dergelijke meldingen achter de voordeur. Dan verzorg je zo als dat heet een achtergrondje om hulp of ondersteuning te bieden. Maar Alex en Erik zijn met hun auto dichterbij en ze nemen de melding over. De andere eenheid blijft ook aanrijden.

Aangekomen bij het adres van de melding

Na een paar minuten zijn Alex en Erik als eerste op de plek van de melding aangekomen. Tijdens het uitstappen zien ze in twee etappes hevig geëmotioneerd eerst drie jonge kinderen vanuit de betreffende woning op hen aflopen en daarna, zo blijkt later, de moeder. Ze vertellen snel aan Alex en Erik in grote lijnen wat er is gebeurd en ze gaan daarna veilig achter hun auto staan. Het is duidelijk dat papa nog binnen is en de situatie zorgelijk is. Een aanhouding voor een geweldincident kan niet uitblijven maar er is ook zorg voor de eigen en andermans veiligheid. De andere eenheid is ook ter plaatse gekomen. Na kort overleg bespreken ze met elkaar wat te doen.

Harde klappen

Direct daarop klinkt er tot twee keer toe een harde klap. De vader zo blijkt, probeert van binnenuit met veel kracht de deur dicht te gooien. Dat lukt niet want er zit een schoen tussen de deur en het kozijn. Alex bedenkt zich niet en loopt direct op de deur af. Andere collega’s komen ook naderbij. Alex weet de deur uit het slot te houden. Ze houden er rekening mee dat de vader zichzelf iets zou willen aandoen.

De confrontatie

Maar dan gaat de deur plotseling weer open en stapt de vader naar buiten, dreigend met een flink mes. Hij loopt met het mes in de hand recht op Alex af. Er klinkt luid “mes mes mes”! Dit roepen agenten om elkaar te waarschuwen voor een dreigende gevaarsituatie. Alex loopt direct achteruit om afstand te creëren tussen zichzelf en de met mes bewapende vader. Ze staan nog op ongeveer één a twee meter afstand uit elkaar. De man wordt gewaarschuwd, “gooi dat mes weg”! Bij het achterwaarts weglopen raakt Alex uit balans en de situatie wordt nu serieus gevaarlijk voor Alex. Er wordt luidkeels meermaals gewaarschuwd en er wordt met pepperspray in het gezicht van de man gespoten. De man met het mes bleef naderen. Er volgde een harde knal, het was een waarschuwingsschot. Geen reactie. Erik en Alex hebben geen opties -en geen tijd meer. Ze richten nu beiden hun vuurwapen op de man die maar bleef naderen. Er vielen schoten. Hij zakte ineen, zichtbaar gewond aan een been en er was veel bloed te zien.

Van controle naar hulpverlenen

De agenten komen direct naderbij en één van hen schopt het mes weg dat naast de man op de stoep ligt. En al lijkt dat op het eerste oog vreemd, maar als vanzelfsprekend gaan de agenten gezamenlijk over tot het verlenen van hulp aan de man en waarschuwen ze de ambulancedienst. Ze drukken de wonden dicht en helpen het ambulancepersoneel om de man zo snel mogelijk te kunnen vervoeren naar het ziekenhuis.

Opvang aan het bureau

Korte tijd later werden de agenten Erik, Alex en hun collega’s afgelost en konden ze naar het bureau. Even uit de hectiek en aandacht voor wat ze net hadden meegemaakt. Daar werden ze opgevangen door hun teamchef en de collega’s van het bedrijfsopvangteam. En konden ze even naar huis bellen en zeggen dat alles goed met ze was.

Melden van het geweld en start onderzoek rijksrecherche

Diezelfde avond werd het eerste gesprek met de rijksrecherche gevoerd. Maar er werden ook processen-verbaal van bevindingen opgemaakt en melding gemaakt van het gebruik van het vuurwapens, pepperspray en de gevolgen daarvan.

Rekening houden met alles om je heen

Het hele incident vanaf de aankomst bij de woning tot aan het gebruik van het vuurwapen heeft minder dan vijf minuten geduurd. In een noodweersituatie als dit is gericht schieten bedoeld om iemand uit te schakelen. Zo wordt dat geleerd. Maar in die fractie van een seconde waarop die beslissing van dat schot valt zijn Alex en Erik zich nog bewust van hun omgeving. We staan midden in een woonwijk, de kinderen en de vrouw van deze man staan op korte afstand de situatie gade te slaan én er zijn nog twee collega’s in onze directe omgeving. En dit dilemma deed Alex en Erik beiden beslissen, in die seconde die nog rest en zonder de tijd voor overleg met elkaar, op de benen van de man te richten en te vuren.

Terugblik op één van de heftigste ervaringen in mijn loopbaan

Erik kijkt terug en realiseert zich; “Dit had heel anders af kunnen lopen. Ik zit niet bij de politie om iemand te doden of iets ernstigs aan te doen. Dat hield me bezig en ik was dan ook heel opgelucht dat ik in de loop van de avond hoorde dat de man buiten levensgevaar was. Ik ben heel goed opgevangen op het bureau en voelde steun van mijn teamchef en mijn collega’s. Ik wist diep van binnen dat ik goed gehandeld had. We konden niet anders. Daar vertrouwde ik op. Van mijn chef mocht ik een paar dagen thuis blijven. Even uit de hectiek met mijn gezin. Dat was heel fijn. Ik ben weer volop aan het werk. En dat voelt goed”.

Alex kijkt positief terug op de manier waarop er belangstelling voor hem was: “Kort na het incident heb je vooral een gevoel van ongeloof zegt Alex. Wat is ons overkomen? Dat dringt pas later tot je door. Je doet wat je moet doen, wat je geleerd hebt, maar wat een rollercoaster. Het meest wat me bij is gebleven is de enorme belangstelling. Van mijn teamchef, geweldig opgevangen en ook door mijn collega’s. Het is een soort familie. Je hoeft het niemand uit te leggen dat dit heftig is. Iedereen weet dat. Maar ook de belangstelling van de eenheidsleiding en de burgemeester. Dat deed me heel goed. Ik had geen twijfels over mijn handelen, ik had hier vertrouwen in. Ik heb het een plek gegeven en doe weer “gewoon” mijn werk”.

Openbaar Ministerie (OM)

Het onderzoek bij schietincidenten door de politie met ernstige gevolgen doet de rijksrecherche onderzoek naar het gebruik van het wapen. Dat is een spannende tijd. Die onderzoeken worden zeer zorgvuldig gedaan en kosten tijd. Als agent is die tijd gevoelsmatig lang. Want dat onderzoek wordt gevolgd door een beslissing over de rechtsmatigheid van het geweldgebruik. Dat doet het Openbaar Ministerie. In deze situatie was het oordeel van het OM dat er rechtmatig is gehandeld. Bovendien werd ook uitgesproken dat van agenten ook verwacht wordt dat ze bij gevaarlijke situaties handelend optreden. Van politieagenten wordt verwacht dat ze de stap naar voren zetten waar anderen naar achteren stappen.

Collega’s handelden uit noodweer bij schietincident Arnhem

Naar het gericht schieten op de man is, zoals gebruikelijk, onderzoek gedaan door de Rijksrecherche. De uitkomsten van dit onderzoek zijn overgedragen aan het Openbaar Ministerie Oost-Nederland. De officier van justitie is van oordeel dat beide agenten een beroep kunnen doen op noodweer. Zij bevonden zich in een dreigende situatie, waarin het gebruik van het dienstwapen passend en geboden was. Van agenten mag bovendien verwacht worden dat zij in dergelijke situaties handelend optreden en het gevaar keren.

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden