112

Arnhemse jongens schuldig zonder strafoplegging voor fatale flatbrand

Foto: Michel Lammerse

De rechtbank verklaart twee minderjarige jongens uit Arnhem schuldig aan het veroorzaken van een flatbrand. Door de brand in Arnhem op Nieuwjaarsnacht kwamen een vader en zoon te overlijden, terwijl de moeder en dochter uit het hetzelfde gezin gewond raakten.

Volgens de rechtbank gaat het om kinderen die de verstrekkende gevolgen van hun handelen niet goed kunnen overzien. Zij hebben de brand niet expres gesticht. De brand heeft ook voor de jongens al veel gevolgen gehad. Daarom legt de rechtbank, ondanks de verschrikkelijke uitkomst die de brand voor de slachtoffers heeft gehad, geen straf of maatregel meer op.

Grondbloem

De  jongens – toen 12 en 13 jaar oud – woonden in de flat aan het Gelderseplein en staken rond de jaarwisseling vuurwerk af. Op een gegeven moment stak een van de jongens een grondbloem af tussen de kussens van een bank die in de hal van het flatgebouw stond. Hij stak de grondbloem af en beide jongens keken er even naar toen die afging. Daarna gingen zij verder met vuurwerk afsteken en stapten de lift in. Uit de grondbloem kwam weer een vlammetje, dat uiteindelijk uitgroeide tot een grote brand. Als gevolg van deze brand zijn de vader en zoon overleden. Moeder en dochter uit hetzelfde gezin raakten gewond.

Brand niet expres gesticht, wel schuld

De officier van justitie vindt dat sprake was van opzet. De rechtbank oordeelt anders. Er is geen sprake van opzet, wel van schuld. De jongens wilden geen brand stichten. Zij hebben het dus niet expres gedaan. Er was ook geen zogenoemd ‘voorwaardelijk opzet’. De jongens hebben niet willens en wetens de aanmerkelijke kans op een brand aanvaard. De jongens hebben volgens de rechtbank wel aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gehandeld. Daarmee hebben zij dus wel schuld aan de brand.

Samen schuldig aan het veroorzaken brand

De rechtbank oordeelt dat de jongens samen schuldig zijn aan de brand. Zij waren vanaf ongeveer half 12 ‘s avonds samen met vuurwerk bezig en hadden daarbij inwisselbare rollen. Dat uiteindelijk een van de twee jongens het vuurwerk in de bank stak en afstak, en de ander niet, maakt daarbij niet uit.

Impact van de brand

De rechtbank stelt voorop dat de jongens kinderen zijn en zich ook zo hebben gedragen. De impact van de brand en de gevolgen daarvan op hun leven is groot. Zij hebben de afgelopen maanden veel meegemaakt. Zo hebben zij onder andere een nacht op het politiebureau doorgebracht. Ook moesten de gezinnen verhuizen, omdat zij niet in de flat konden blijven wonen. De jongens zijn een tijd niet naar school geweest, maar hebben de draad weer opgepakt en doen het goed op school. Ze hebben geen strafblad, zijn niet agressief en hebben geen sociale problemen.

Geen straf of maatregel

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) adviseerde de rechtbank om de jongens geen straf of maatregel op te leggen. De Raad benadrukte dat het om kinderen gaat, die de verderstrekkende gevolgen van hun handelen niet goed konden overzien. Ook zei de Raad dat het wèl opleggen van een straf of maatregel tot gevolg kan hebben dat de jongens zich ‘crimineel’ gaan voelen en dat zij daardoor juist op het verkeerde pad komen.

De rechtbank sluit zich aan bij het advies van de RvdK. Dit wil niet zeggen dat de rechtbank de brand en de gevolgen daarvan niet erg vindt. Integendeel, de brand en het overlijden van twee mensen aan de gevolgen daarvan zijn vreselijk en de verliezen aan de kant van de nabestaanden groot en onomkeerbaar. Hoe erg het ook is wat er is gebeurd: een straf of maatregel voor de jongens, in welke vorm dan ook, voegt wat de rechtbank betreft niets meer toe, ook niet als signaal naar de maatschappij.

Overlijden vader en zoon dramatisch en ongewild

De rechtbank concludeert dat de brand op 1 januari 2020 en het overlijden en het letsel van de slachtoffers als gevolg daarvan dramatisch zijn en ongewild. Alle betrokkenen, zowel de nabestaanden als de jongens en hun ouders, zullen hiermee moeten leven.

Schadevergoeding

In deze strafzaak hebben de nabestaanden ervoor gekozen alleen vergoeding van affectieschade te vragen. Het gaat dan om compensatie voor verdriet door het overlijden van een naaste. De rechtbank wijst in totaal 90 duizend euro schadevergoeding toe aan de nabestaanden.

Kinderen kunnen pas vanaf hun veertiende jaar in het civiele recht aansprakelijk worden gehouden. Dat is dus anders dan in het strafrecht, waar in Nederland een minimumleeftijd van twaalf jaar geldt om te kunnen worden vervolgd. Dit betekent dat niet de jongens zelf, maar hun ouders de affectieschade aan de nabestaanden moeten betalen.

Bron: Rechtspraak

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden