Gefusilleerde Arnhemse verzetsstrijders in Velp herdacht

Kogelinslagen in de Geërfdenbank herinneren aan de fusillade op 25 oktober 1944.
Foto: Velp voor Oranje

Het is stil en druilerig, deze 25ste oktober 2020 aan de Pinkenbergseweg in Velp. De goudgele , soms koperrode bladeren aan de bomen geven de straat desondanks een vrolijke sfeer. Plotseling klinkt het schrille, harde geluid van een blaffende hond.

Zou de dag ook zo begonnen zijn op de ochtend van 25 oktober 1944? Toen werden drie reeds gemartelde mannen waarschijnlijk hardhandig uit een Duitse legerauto geduwd aan het eind van de Pinkenbergseweg. Ze werden schreeuwend de heuvel opgedreven. En daar, voor de Geërfdenbank, dood geschoten.

Na de Slag om Arnhem in september 1944, moesten alle Arnhemmers de stad verlaten. Maar voor zieken en bejaarden was geen officiële hulp georganiseerd. Gelukkig waren er mensen die zich hun lot aantrokken, zoals gemeenteraadslid Jan Klaver en zijn vrienden Charles Mozes en Harry Kuyper. Ze woonden alle drie op de Geitenkamp, dichtbij Velp.

En ze waren alle drie al voor de oorlog betrokken bij het verzet tegen het nazi-regime in Duitsland. Charles Mozes had ervaring als hospitaalsoldaat. Hij beheerde de apotheek van enkele huisartsen op de Geitenkamp en wist daardoor enkele Rode-Kruisarmbanden te bemachtigen. Harry Kuyper vervalste de bijbehorende papieren en het lukte hen zelfs om van de Duitsers een vrachtauto los te praten.

Moedige, half-Joodse verzetsmannen

Maar toen ging het mis. Op 18 oktober werd Charles Mozes op de Geitenkamp aangehouden door een Duitser. Deze vertrouwde zijn papieren niet en nam hem mee naar Velp. Hij werd opgesloten in het Velpse politiebureau. Diezelfde avond nog werden Jan Klaver en zijn gezin en de familie Mozes door de SD opgepakt. Ze waren geëvacueerd en ondergedoken in de Willemstraat in Velp.

De volgende dag werden ook Harry Kuyper en zijn vrouw gevonden en gearresteerd. De gezinnen van de drie mannen werden vrijgelaten aan de grens van Velp. Ze moesten zich maar zien te redden. Kuyper, Klaver en Mozes bleven achter in het politiebureau van Velp.

Charles Mozes en Harry Kuyper waren beiden half Joods. Daardoor werd hun arrestatie niet meer behandeld vanwege hun vergrijp van het vervalsen van papieren, maar werden de drie als ‘Jodenzaak’ overgedragen aan de beruchte SS-er Frans Fischer (van de ‘Drie van Breda’). Deze laat de drie gevangenen op de avond van 24 oktober uit het politiebureau halen.

Op de ochtend van 25 oktober 1944 worden zij naar de voet van de Pinkenberg in Velp gebracht, waar zij voor de Geërfdenbank, zonder vorm van proces worden gefusilleerd. De lichamen laat men daar op het bospad liggen. Later op de avond worden deze ter plaatse door onbekenden begraven.

Herdenken

Bij de gedenksteen aan de Pinkenbergseweg liggen op deze zondag bloemen van Velp voor Oranje, het Comité 4 Mei Velp en van De Geërfden van Velp. Scouts van de Velpsche Woudloopers adopteerden het monument en zullen een dezer dagen stil staan bij de gebeurtenis van 76 jaar geleden. Op 4 Mei organiseert het gemeentebestuur van Rozendaal ieder jaar een plechtige bijeenkomst in aanwezigheid van nabestaanden en vrienden van de heren Klaver, Kuyper en Mozes.

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden